← Terug naar blog

Wat draag je mee van thuis?

grafische lijnen

Soms voel je je verantwoordelijk voor het geluk van een ander, terwijl je verstandelijk heel goed weet dat dat niet jouw taak is. Je vindt het moeilijk om iemand teleur te stellen, voelt je schuldig wanneer je voor jezelf kiest of hebt voortdurend het gevoel dat je voor anderen moet zorgen. Misschien herken je dat al zolang je je kunt herinneren.

Het is interessant om te onderzoeken waar zulke gevoelens vandaan komen. We groeien op in een gezin waarin iedereen zijn eigen geschiedenis, behoeften en kwetsbaarheden meebrengt. Als kind krijgen we daar veel meer van mee dan we ons vaak realiseren. We voelen wanneer een ouder verdrietig is, merken spanningen op en passen ons aan aan wat er om ons heen gebeurt. Soms nemen we daarbij verantwoordelijkheden op ons die eigenlijk niet bij een kind horen. Binnen systemisch werk wordt gekeken naar de manier waarop we verbonden zijn met ons gezin van herkomst en welke patronen, verwachtingen en loyaliteiten daarin een rol spelen. Daarbij gaat het ook om wat eerdere generaties hebben meegemaakt en hoe hun ervaringen kunnen doorwerken in ons eigen leven.

Wat we onbewust overnemen

Stel je een moeder voor die zelf een moeilijke jeugd heeft gehad. Misschien heeft ze weinig steun ervaren, is ze iemand verloren of heeft ze geleerd haar gevoelens vooral voor zichzelf te houden. Ze probeert haar kinderen een andere jeugd te geven, maar kan tegelijkertijd moeite hebben om emotioneel beschikbaar te zijn. Een kind merkt dat. Misschien probeert het de moeder op te vrolijken, stelt het weinig eisen of wordt het bijzonder gevoelig voor haar stemming. Het kind leert rekening te houden met wat de ouder nodig heeft en raakt daar steeds beter in. Dat kan zich later ontwikkelen tot een groot verantwoordelijkheidsgevoel en het vermogen om anderen goed aan te voelen. Maar het kan ook betekenen dat iemand nauwelijks merkt wanneer de eigen behoeften op de achtergrond raken.

In de psychologie wordt het overnemen van verantwoordelijkheden die eigenlijk bij ouders horen ook wel parentificatie genoemd. Dat kan praktisch zijn, bijvoorbeeld wanneer een kind veel voor het gezin moet zorgen, maar ook emotioneel. Een kind kan zich verantwoordelijk gaan voelen voor het welzijn van een ouder en proberen diens verdriet, angst of eenzaamheid te verzachten. Dat gebeurt vaak zonder dat iemand zich daar bewust van is. Ouders hoeven hun kinderen daar ook niet expliciet om te vragen. Kinderen zijn afhankelijk van hun verzorgers en hebben een sterke behoefte aan verbinding. Ze kunnen daardoor bijzonder gevoelig worden voor wat er in het gezin nodig lijkt te zijn. Wat ik interessant vind aan systemisch werk, is dat je vanuit dit perspectief anders kunt gaan kijken naar eigenschappen die je altijd als vanzelfsprekend hebt beschouwd. Misschien ben je niet alleen zorgzaam, maar voel je je ook verantwoordelijk voor gevoelens die eigenlijk bij iemand anders horen. En misschien is zelfstandig zijn voor jou zo belangrijk geworden omdat je al vroeg hebt geleerd weinig van anderen te verwachten.

Wat van generatie op generatie doorwerkt

De Duitse psycholoog en psychotherapeut Franz Ruppert heeft veel geschreven over de invloed van trauma op onze identiteit en onze relaties. Hij ontwikkelde vanuit zijn eerdere systemische werk de Identity-oriented Psychotrauma Theory (IoPT). Een belangrijk begrip in zijn werk is symbiotische verstrikking. Daarmee beschrijft hij hoe een kind zo sterk gericht kan raken op de emotionele toestand en behoeften van een ouder dat het contact met de eigen behoeften en gevoelens onder druk komt te staan. Het kind probeert de verbinding met de ouder veilig te stellen en kan daarbij als het ware een deel van de emotionele last van die ouder gaan dragen.

Ruppert onderzoekt ook hoe onverwerkte traumatische ervaringen van ouders kunnen doorwerken in de volgende generatie. Denk bijvoorbeeld aan verlies, geweld, verwaarlozing of ingrijpende familiegeschiedenissen waar nooit werkelijk over gesproken is. Dat zulke ervaringen invloed kunnen hebben op volgende generaties, wordt ook in wetenschappelijk onderzoek beschreven. Ouderlijke psychische klachten, hechting, communicatie en de manier waarop met emoties wordt omgegaan, kunnen allemaal een rol spelen. De

Het idee dat we lasten van eerdere generaties met ons meedragen, hoeft daarbij niet letterlijk te worden opgevat. Soms gaat het om verwachtingen die nooit uitgesproken zijn, verdriet waar weinig ruimte voor was of een gevoel van verantwoordelijkheid dat je al jong hebt ontwikkeld. Je kunt bijvoorbeeld opgroeien bij een ouder die veel heeft meegemaakt en daardoor moeite heeft om op anderen te vertrouwen. Zonder dat iemand het je expliciet vertelt, kun je leren dat je voorzichtig moet zijn, dat afhankelijkheid gevaarlijk is of dat je vooral sterk moet blijven. Die overtuigingen kunnen een vanzelfsprekend onderdeel worden van hoe je naar jezelf en anderen kijkt.

Wat hoort eigenlijk bij jou?

Een belangrijke vraag binnen systemisch en identiteitsgericht werk is hoe je onderscheid leert maken tussen jezelf en de mensen met wie je verbonden bent. Wat voel je zelf? Wat wil je eigenlijk? En in hoeverre worden je keuzes beïnvloed door de verwachtingen, zorgen of behoeften van anderen? Binnen systemisch werk kunnen bijvoorbeeld familieopstellingen worden gebruikt om zulke verhoudingen te onderzoeken. Ruppert ontwikkelde daarnaast een eigen methode waarbij iemand vanuit een persoonlijke intentie onderzoekt welke innerlijke ervaringen en conflicten naar voren komen. Dergelijke methoden kunnen mensen helpen om hun familiegeschiedenis vanuit een ander perspectief te bekijken. De wetenschappelijke onderbouwing van deze specifieke werkwijzen is voorlopig beperkt. Een opstelling kan ook niet vaststellen wat er daadwerkelijk in eerdere generaties is gebeurd.

Het kan behoorlijk confronterend zijn om te ontdekken hoe sterk je je verantwoordelijk voelt voor iemand anders. Zeker wanneer die verantwoordelijkheid zo vertrouwd is geworden dat je nauwelijks weet hoe het zou zijn om haar los te laten. Daarbij kunnen schuldgevoelens ontstaan. Want als je gewend bent rekening te houden met een ouder, partner of ander familielid, kan het aangeven van je eigen grenzen voelen alsof je de ander in de steek laat. In werkelijkheid kan er veel veranderen wanneer je beter leert onderscheiden welke verantwoordelijkheid van jou is en welke bij de ander hoort. Dat kan ruimte geven om andere keuzes te maken, je eigen behoeften serieuzer te nemen en relaties aan te gaan waarin je minder vanzelfsprekend de zorg voor de ander op je neemt.

Wat mij aanspreekt aan deze manier van kijken, is dat het vragen oproept die we onszelf misschien niet zo vaak stellen. Van wie heb ik geleerd om me zo verantwoordelijk te voelen? Welke verwachtingen draag ik met me mee? En hoe zou het zijn wanneer ik niet langer voor iedereen hoef te zorgen? We kunnen veel begrip hebben voor wat onze ouders en eerdere generaties hebben meegemaakt. Tegelijkertijd mogen we onderzoeken welke gevolgen die geschiedenis voor ons heeft gehad en wat we zelf anders willen doen.