Kan je je lichaam vertrouwen?

We zijn vaak behoorlijk goed in nadenken over hoe het met ons gaat. We kunnen uitleggen waarom we gestrest zijn, waar onze onzekerheid vandaan komt of waarom we bepaalde keuzes maken. Maar wanneer iemand vraagt wat we op dat moment in ons lichaam voelen, is dat soms een stuk lastiger.
Yoga en lichaamsgericht werken hebben mij geholpen om meer aandacht te krijgen voor wat ik voel, in plaats van alleen bezig te zijn met wat ik denk. En ik merk hoe gemakkelijk die aandacht ook weer naar het denken verschuift. We zijn nu eenmaal gewend om veel vanuit ons hoofd te doen. We plannen, analyseren, nemen beslissingen en proberen problemen op te lossen. Ondertussen geeft ons lichaam voortdurend signalen af, die we lang niet altijd opmerken. Soms merken we pas hoe moe we zijn wanneer we eindelijk stilzitten, of voelen we achteraf hoeveel spanning een bepaalde situatie heeft opgeroepen.
Wat je lichaam je vertelt
In de psychologie en neurowetenschappen wordt het waarnemen en verwerken van signalen vanuit ons lichaam interoceptie genoemd. Het gaat bijvoorbeeld om het voelen van je hartslag, ademhaling, honger, vermoeidheid en lichamelijke spanning. Die signalen spelen een belangrijke rol in hoe we onze emoties ervaren. Angst kan samengaan met een versnelde hartslag, boosheid met spierspanning en verdriet met een zwaar gevoel op de borst. Soms merken we zulke lichamelijke veranderingen al op voordat we goed begrijpen wat we voelen. Interoceptie hangt samen met onze emotionele beleving en zelfregulatie. Daarbij gaat het niet alleen om het opmerken van lichamelijke signalen, maar ook om hoe we die interpreteren en wat we ermee doen. Want meer voelen is niet automatisch beter. Iemand die angstig is, kan bijvoorbeeld juist heel sterk gericht zijn op lichamelijke sensaties. Een versnelde hartslag wordt dan meteen gezien als een teken dat er iets mis is, waardoor de angst verder toeneemt. Bij anderen gebeurt bijna het tegenovergestelde. Ze zijn gewend ongemak te negeren en merken pas laat dat ze overbelast raken. Het is dus niet per definitie goed om meer met je lichaam bezig te zijn. Het gaat er ook om hoe je met die signalen omgaat en of je leert herkennen wat ze wel en niet betekenen.
Een andere manier van aandacht geven
Wat mij aanspreekt in yoga en yogatherapie, is dat je niet alleen met je lichaam bezig bent, maar ook leert opmerken wat er tijdens het bewegen of stilzitten gebeurt. Hoe adem je? Waar voel je spanning? En wat gebeurt er als je een houding wat langer aanhoudt of juist besluit eruit te komen?
Soms ontdek je dat je voortdurend je adem inhoudt, of dat je geneigd bent door te zetten terwijl iets eigenlijk niet prettig meer voelt. Dat zijn kleine dingen, maar ze kunnen iets laten zien van hoe je met jezelf omgaat. Je kunt er bijvoorbeeld achter komen dat je ook tijdens een yogales vooral bezig bent iets goed te doen, in plaats van te voelen wat je nodig hebt. Voor mij zit de waarde van lichaamsgericht werken niet alleen in het ontspannen. Het gaat ook om het ontwikkelen van aandacht voor wat er gebeurt, zonder dat je daar meteen iets mee hoeft. We zijn vaak zo gewend om ongemak op te lossen, te verklaren of weg te krijgen, dat we nauwelijks stilstaan bij hoe het eigenlijk voelt. Dat is overigens niet voor iedereen gemakkelijk. Wanneer je weinig gewend bent om aandacht aan je lichaam te geven, kan het vreemd of zelfs spannend voelen om je aandacht naar binnen te richten. Zeker wanneer je langdurig stress hebt ervaren of nare ervaringen met je lichaam hebt gehad. Daarom vind ik het belangrijk dat lichaamsgericht werken niet betekent dat je jezelf moet dwingen om alles te voelen. Soms is het juist beter om te bewegen, je aandacht op de omgeving te richten of even afstand te nemen van wat je ervaart.
Vertrouwen is iets anders dan controle
Een van de aspecten van lichaamsbewustzijn die ik interessant vind, is vertrouwen. Mehling en zijn collega's onderscheiden in hun onderzoek verschillende dimensies van lichaamsbewustzijn, waaronder het vermogen om het lichaam als veilig en betrouwbaar te ervaren. Dat is iets anders dan verwachten dat je lichaam altijd prettig aanvoelt of precies doet wat je wilt.
We zijn vaak behoorlijk druk met ons lichaam. We willen beter slapen, minder stress voelen, fitter worden of van bepaalde klachten afkomen. Daar is natuurlijk niets mis mee. Maar soms zijn we zo bezig met wat er anders moet, dat we weinig aandacht hebben voor wat er op dat moment werkelijk gebeurt. Iedere onaangename sensatie wordt dan iets wat opgelost moet worden. Vertrouwen betekent ook niet dat je alle lichamelijke signalen letterlijk moet nemen. Je lichaam geeft geen kant-en-klare antwoorden op ingewikkelde levensvragen. Spanning betekent niet automatisch dat een situatie onveilig is en vermoeidheid heeft niet altijd een psychologische oorzaak. Soms is er een lichamelijke verklaring voor klachten en is medisch onderzoek nodig. Ook kunnen we ons vergissen in de betekenis van wat we voelen.
Door meer vertrouwd te raken met je lichamelijke reacties, kun je geleidelijk leren herkennen wat er gebeurt wanneer je gespannen, bang of verdrietig bent. Je merkt misschien dat spanning ook weer kan afnemen, dat je niet op iedere sensatie hoeft te reageren en dat je meer mogelijkheden hebt om met ongemak om te gaan dan je dacht.
Ik denk dat we ons lichaam vaak pas aandacht geven wanneer het niet doet wat we willen. Terwijl het ook interessant kan zijn om er aandacht aan te besteden als er helemaal niets aan de hand is. Gewoon om wat beter te leren (her)kennen hoe je je eigenlijk voelt.