Fawning

Waarom je jezelf blijft aanpassen (fawning) en daar moeilijk mee stopt
Fawning is een term uit de traumapsychologie die verwijst naar een specifieke stressreactie: je aanpassen om spanning te vermijden of verbinding te behouden. De term werd onder andere beschreven door therapeut Pete Walker en wordt gezien als een aanvulling op de bekende reacties vechten, vluchten en bevriezen.
Waar vechten of vluchten gericht zijn op afstand creëren en bevriezen op stilvallen, richt fawning zich juist op de ander. Het systeem kiest er als het ware voor om de relatie veilig te houden door meegaand te worden. Dat kan zich uiten in pleasen, conflicten vermijden, moeilijk nee kunnen zeggen of voortdurend afstemmen op wat de ander nodig heeft.
Belangrijk is dat dit geen bewuste keuze is. Fawning kan worden gezien als een automatische stressreactie die optreedt op momenten van ervaren spanning of dreiging. Vaak gebeurt dit snel en buiten het bewustzijn om, waardoor mensen pas achteraf merken dat ze zich hebben aangepast op een manier die eigenlijk niet klopt voor henzelf.
Wat ooit bescherming bood
Dit patroon ontstaat meestal niet zomaar. Veel mensen die zich hierin herkennen, hebben in eerdere fases van hun leven ervaren dat het uiten van grenzen, behoeften of emoties spanning opleverde. Aanpassen werd dan een manier om met die spanning om te gaan en de verbinding met anderen te behouden. Wat oorspronkelijk een beschermende strategie was, kan zich later ontwikkelen tot een hardnekkig patroon in relaties, werk en sociale situaties.
Wat ik in mijn praktijk vaak zie, is dat mensen met dit patroon juist een sterk vermogen hebben om anderen aan te voelen. Ze merken snel wat er speelt, waar de ander behoefte aan heeft en waar mogelijke spanning zit. Dat maakt dat ze goed kunnen afstemmen, maar ook dat hun aandacht vooral naar buiten gericht raakt. Het contact met de eigen behoeften en grenzen komt daardoor op de achtergrond te staan.
Waarom inzicht alleen niet voldoende is
Dat verklaart ook waarom het zo lastig kan zijn om dit patroon te veranderen. Inzicht is meestal niet het probleem. Veel mensen kunnen goed verwoorden wat ze anders hadden willen doen. De uitdaging zit in het moment zelf, waarin het patroon al in werking is en het moeilijk is om daarvan af te wijken.
In begeleiding ligt de focus daarom niet alleen op het begrijpen van het patroon, maar vooral op het leren herkennen van wat er gebeurt op het moment dat het zich voordoet. Dat vraagt aandacht voor zowel gedachten en gevoelens als voor lichamelijke signalen, omdat juist daar vaak de eerste aanwijzingen zichtbaar worden dat iemand zich aan het aanpassen is.
Van automatisch aanpassen naar bewust kiezen
Door die signalen eerder te leren opmerken, ontstaat er geleidelijk meer ruimte om niet automatisch mee te bewegen. Je leert steeds beter voelen wat voor jou klopt en kunt daar ook naar gaan handelen: je grenzen aangeven, je behoeften uitspreken of een andere keuze maken dan je gewend bent. Zo ervaar je dat je anders met spanning kunt omgaan, zonder daarbij het contact met jezelf of de ander te verliezen.