Een deel van mij wil wel, een ander deel niet

Soms kun je twee totaal verschillende dingen tegelijk willen. Je wilt graag veranderen, maar ziet er ook tegenop. Je bent boos op iemand, maar wilt diegene ook niet kwijt. Of je hebt behoefte aan rust, terwijl je jezelf ondertussen voortdurend opjaagt.
Ik herken dat ook bij mezelf. Dat ik ergens heel duidelijk over kan denken, maar tegelijkertijd iets heel anders voel. Of dat ik op het ene moment ergens volledig achter sta en een paar uur later ineens begin te twijfelen. We hebben de neiging om onszelf te zien als één persoon, met één wil, één mening en een min of meer vaststaande persoonlijkheid. Maar zo ervaren we onszelf lang niet altijd. Soms lijkt het alsof verschillende kanten van onszelf allemaal iets anders willen.
Een interessante manier om naar die innerlijke tegenstrijdigheden te kijken, is Internal Family Systems (IFS), een therapeutisch model dat in de jaren tachtig werd ontwikkeld door de Amerikaanse psychotherapeut Richard Schwartz.
Verschillende delen van jezelf
Schwartz merkte tijdens zijn werk met cliënten dat mensen regelmatig spraken over verschillende kanten van zichzelf. Een deel dat kritisch was, een deel dat bang was, een deel dat verlangde naar verbinding. En vaak leken die delen ook nog eens met elkaar in conflict te zijn. Hij begon die innerlijke wereld te beschouwen als een systeem van verschillende delen, ieder met eigen gevoelens, overtuigingen en behoeften. Dat betekent niet dat we letterlijk uit verschillende persoonlijkheden bestaan. Het is een manier om te begrijpen hoe we soms zo tegenstrijdig kunnen denken, voelen en handelen. Een belangrijk uitgangspunt binnen IFS is dat ook de kanten van onszelf waar we last van hebben, een functie kunnen vervullen. Neem bijvoorbeeld die kritische stem die je voortdurend vertelt wat je beter had moeten doen. De eerste neiging is misschien om van die stem af te willen. Maar als je er wat langer bij stilstaat, kun je je ook afvragen wat die kritiek probeert te bereiken. Misschien wil dat deel voorkomen dat je fouten maakt, anderen teleurstelt of wordt afgewezen. Of denk aan iemand die zich steeds aanpast aan anderen. Daar kun je behoorlijk gefrustreerd over raken, zeker wanneer je achteraf merkt dat je opnieuw over je eigen grenzen bent gegaan. Maar misschien heeft dat aanpassen je ooit geholpen om conflicten te vermijden of de verbinding met anderen te behouden. Binnen IFS worden zulke delen vaak beschermers genoemd. Ze hebben manieren ontwikkeld om met moeilijke gevoelens of situaties om te gaan. Soms zijn die manieren inmiddels niet meer zo behulpzaam, maar blijven ze toch hun werk doen. Dat maakt het interessant om gedrag niet alleen te bekijken vanuit de vraag hoe je ervan afkomt, maar ook vanuit nieuwsgierigheid naar wat erachter zit.
Wie bepaalt eigenlijk wat je doet?
Sommige kanten van onszelf kunnen op bepaalde momenten veel sterker aanwezig zijn dan andere. Wanneer je angstig bent, kan die angst je hele blik op een situatie bepalen. Wanneer je boos bent, kan het moeilijk zijn om nog begrip te voelen voor de ander. En wanneer je innerlijke criticus aan het woord is, lijkt het soms alsof alles wat je doet tekortschiet.
Binnen IFS wordt dit blending genoemd: je raakt als het ware zo verweven met een deel dat je nauwelijks nog merkt dat er ook andere kanten van jezelf zijn. Schwartz maakt daarom onderscheid tussen onze delen en wat hij het Self noemt. Daarmee bedoelt hij een innerlijke toestand die gekenmerkt wordt door onder andere kalmte, helderheid, nieuwsgierigheid en compassie. Vanuit die houding kunnen we onze gevoelens en reacties waarnemen zonder er volledig door te worden meegesleept. Er is namelijk een verschil tussen zeggen: 'Ik ben onzeker' en 'Ik merk dat een deel van mij onzeker is.' Het klinkt misschien als een klein taalverschil, maar het kan iets veranderen in hoe je jezelf ervaart. Je onzekerheid is er nog steeds, alleen valt die niet meer helemaal samen met wie je bent. Er is ook een kant van jou die de onzekerheid kan waarnemen en er nieuwsgierig naar kan zijn. Dat betekent overigens niet dat je altijd kalm en begripvol naar jezelf kunt kijken. Zeker wanneer iets je persoonlijk raakt, kun je gemakkelijk opnieuw samenvallen met een kritische, angstige of aangepaste kant van jezelf.
Kunnen die verschillende kanten samenwerken?
IFS gaat ervan uit dat onze delen niet voortdurend met elkaar hoeven te strijden en dat er meer samenwerking mogelijk wordt wanneer we begrijpen wat ze proberen te bereiken en waar ze bang voor zijn. Stel dat een deel van je heel graag een nieuwe stap wil zetten, terwijl een ander deel je voortdurend tegenhoudt. Je kunt proberen die angstige kant te overtuigen dat er niets aan de hand is. Maar je kunt ook onderzoeken waar die bang voor is en waarom die zo voorzichtig wil zijn. Misschien ontdek je dan dat beide kanten uiteindelijk iets belangrijks voor je willen, maar daar heel verschillende ideeën over hebben.
De wetenschappelijke onderbouwing van IFS als behandelvorm is nog in ontwikkeling. Er zijn eerste positieve onderzoeksresultaten, maar we weten nog onvoldoende welke onderdelen van de methode precies bijdragen aan verandering. Het model biedt dus vooral een interessante manier om onze innerlijke ervaringen te begrijpen, niet een bewezen verklaring voor hoe onze persoonlijkheid letterlijk is opgebouwd.
Wat deze benadering waardevol maakt, is dat ze uitnodigt om met minder oordeel naar onze eigen reacties te kijken. We hebben vaak de neiging om bepaalde kanten van onszelf te willen veranderen of zelfs kwijt te raken. De innerlijke criticus moet minder streng worden, het angstige deel moet meer vertrouwen krijgen en het aangepaste deel moet leren voor zichzelf op te komen. Maar daarmee gaan we soms voorbij aan de redenen waarom die kanten zich ooit hebben ontwikkeld. Door ook die redenen serieus te nemen, ontstaat er een ander gesprek met jezelf. Niet vanuit de gedachte dat iedere reactie moet worden goedgekeurd of gevolgd, maar vanuit de bereidheid om te onderzoeken wat er vanbinnen speelt. Tegenstrijdige gevoelens hoeven dan niet onmiddellijk te worden opgelost. Soms is het al waardevol om te ontdekken dat verschillende kanten van jezelf elk iets proberen te beschermen of te bereiken, ook wanneer ze elkaar daarbij behoorlijk in de weg zitten.