← Terug naar blog

De geruststellende aanwezigheid van een ander

grafisch werk cirkels

Een baby die overstuur is, heeft iemand nodig die helpt om weer tot rust te komen. Een ouder die het kind oppakt, zachtjes praat, wiegt of probeert te begrijpen wat er aan de hand is. Misschien heeft de baby honger, is hij geschrokken of zijn er te veel prikkels geweest. Door de nabijheid en aandacht van een vertrouwde volwassene kan de spanning geleidelijk afnemen. Dat proces noemen we co-regulatie. Het begint al heel vroeg in ons leven en speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van ons vermogen om met spanning en emoties om te gaan. We leren onszelf voor een belangrijk deel te reguleren dankzij de hulp van anderen. En hoewel we daar naarmate we ouder worden steeds beter zelfstandig toe in staat zijn, blijft die behoefte aan nabijheid en geruststelling ons hele leven bestaan.

Hoe we leren onszelf gerust te stellen

Een baby wordt geboren met een zenuwstelsel dat nog volop in ontwikkeling is. Het vermogen om spanning te reguleren is daardoor nog beperkt. Een baby kan wel signalen geven, huilen, wegkijken of naar contact zoeken, maar is voor het omgaan met veel vormen van ongemak afhankelijk van de mensen die voor hem zorgen. In het contact met een ouder of andere vertrouwde verzorger ontstaat een voortdurende wisselwerking. Het kind laat merken wat het nodig heeft, de volwassene probeert daarop te reageren en het kind reageert vervolgens weer op die aandacht. De stem, gezichtsuitdrukking, aanraking en aanwezigheid van de verzorger kunnen helpen om de lichamelijke en emotionele spanning van het kind te reguleren. De ontwikkelingspsycholoog Edward Tronick onderzocht deze vroege interacties tussen ouders en baby's. Hij liet onder andere zien hoe gevoelig jonge kinderen zijn voor de beschikbaarheid en reacties van hun verzorgers. Opvallend is dat een ouder daarbij helemaal niet voortdurend perfect afgestemd hoeft te zijn. Soms begrijpt een ouder het kind verkeerd of reageert even niet zoals het kind nodig heeft. Juist het herstellen van zulke momenten, door opnieuw contact te maken en op elkaar af te stemmen, is een normaal en belangrijk onderdeel van de ontwikkeling.

Door herhaalde ervaringen waarin een ander helpt om spanning te verminderen, ontwikkelt een kind geleidelijk meer mogelijkheden om zichzelf gerust te stellen. Het leert gevoelens herkennen, frustratie verdragen en erop vertrouwen dat ongemak ook weer voorbij kan gaan. Daarvoor is de ervaring dat er iemand beschikbaar is wanneer het moeilijk wordt van grote betekenis. Wanneer die steun weinig beschikbaar of onvoorspelbaar is, kan dat invloed hebben op hoe een kind met spanning leert omgaan. Sommige kinderen worden bijvoorbeeld erg zelfstandig of leren hun behoeften minder te laten zien. Anderen worden juist gevoeliger voor de beschikbaarheid en reacties van mensen om hen heen. Hoe iemand zich ontwikkelt, hangt natuurlijk van veel meer factoren af, en ook latere ervaringen en relaties blijven belangrijk.

Ook als volwassenen hebben we elkaar nodig

Als volwassenen beschikken we over veel meer mogelijkheden om onszelf te reguleren. We kunnen onze gevoelens herkennen, nadenken over wat er gebeurt, onszelf geruststellen of bewust iets doen om spanning te verminderen. Toch blijven we gevoelig voor de aanwezigheid en reacties van andere mensen. Denk aan het verschil tussen alleen thuiskomen na een moeilijke dag of thuiskomen bij iemand die je aandacht geeft en vraagt hoe het met je gaat. Soms merk je pas hoeveel spanning je hebt vastgehouden wanneer iemand rustig naar je luistert, je even vasthoudt of laat merken dat je er niet alleen voor staat. De situatie zelf is misschien nog precies hetzelfde, maar hoe je je voelt kan veranderen door het contact. Ook onderzoek naar sociale steun laat zien dat de aanwezigheid van iemand die we vertrouwen invloed kan hebben op onze lichamelijke en emotionele reactie op dreiging. Ons vermogen om spanning te reguleren blijft dus verbonden met de mensen om ons heen.

Toch is het ontvangen van steun lang niet voor iedereen vanzelfsprekend. Sommige mensen zijn gewend om hun problemen zelf op te lossen en vinden het moeilijk om zich kwetsbaar op te stellen. Ze kunnen uitstekend voor anderen zorgen, maar voelen zich ongemakkelijk wanneer iemand hen probeert te troosten. Misschien weten ze niet goed wat ze nodig hebben, zijn ze bang om afhankelijk te worden of hebben ze weinig ervaring met iemand die werkelijk beschikbaar blijft wanneer ze het moeilijk hebben. Dat kan behoorlijk eenzaam zijn, zeker wanneer er tegelijkertijd een verlangen is naar nabijheid en verbinding. Om steun te kunnen ontvangen, moet je je ook voldoende veilig voelen bij de ander. Iemand kan nog zo graag willen helpen, maar wanneer je weinig vertrouwen hebt in diens beschikbaarheid of reactie, kan het moeilijk zijn om je werkelijk te laten geruststellen. Je blijft misschien alert, probeert je gevoelens onder controle te houden of trekt je terug zodra het contact kwetsbaar wordt. Daarom is emotionele veiligheid in relaties zo belangrijk. Het vraagt om aandacht, betrouwbaarheid en de ervaring dat je gevoelens er mogen zijn. Soms helpt het wanneer iemand met je meedenkt of een oplossing zoekt. Op andere momenten heb je vooral behoefte aan iemand die luistert, je vasthoudt of gewoon bij je blijft terwijl je verdrietig of gespannen bent.

Leren om steun toe te laten

Het vermogen om steun te ontvangen kan zich ook op volwassen leeftijd verder ontwikkelen. Nieuwe relaties en ervaringen kunnen invloed hebben op hoe veilig we ons voelen in contact met anderen. Dat kan binnen een partnerrelatie of vriendschap gebeuren, maar ook in een therapeutische relatie waarin iemand ervaart hoe het is om met moeilijke gevoelens aanwezig te zijn terwijl een ander betrokken en beschikbaar blijft. Voor mensen die gewend zijn alles alleen te dragen, kan het al een hele stap zijn om aan te geven dat ze het moeilijk hebben. Of om iemand dichtbij te laten komen wanneer ze verdrietig zijn, zonder meteen te proberen zichzelf te herpakken. Zulke momenten kunnen helpen om geleidelijk meer vertrouwen te ontwikkelen in de mogelijkheid om op anderen terug te vallen.

Daarbij blijft het belangrijk dat we ook zelf verantwoordelijkheid nemen voor onze gevoelens en reacties. In volwassen relaties zijn zelfregulatie en co-regulatie voortdurend met elkaar verweven. Soms kunnen we prima zelf met een moeilijke situatie omgaan, soms hebben we behoefte aan steun. En binnen een vertrouwde relatie kan die steun over en weer worden gegeven. We hechten vaak veel waarde aan zelfstandigheid en het vermogen om onszelf te redden. Dat zijn belangrijke kwaliteiten. Tegelijkertijd hoort het vermogen om steun te vragen en te ontvangen net zo goed bij emotionele volwassenheid. We blijven sociale wezens, met een behoefte aan warmte, nabijheid en verbinding.